Hans Spekman: Voorzitter FNV, Radjiv Chikhoer Voorzitter Lokaal FNV Rotterdam Rijnmond
In aanloop naar Wereldarmoededag op 17 oktober kwamen FNV-leden en vertegenwoordigers uit verschillende regio's woensdag bijeen in Den Haag om aandacht te vragen voor de toenemende armoede en bestaansonzekerheid in Nederland. Ook FNV Rotterdam-Rijnmond was aanwezig. Na een landelijke actie bij Den Haag Centraal, waar onder anderen FNV-voorzitter Hans Spekman het woord voerde, bezochten wij de Tweede Kamer om het commissiedebat over armoede- en schuldenbeleid bij te wonen. Tijdens het debat werden onder meer energiearmoede, mondzorg, het sociaal minimum, gemeentelijke inkomensondersteuning en de groeiende schuldenproblematiek besproken. Verschillende Kamerleden verwezen rechtstreeks naar de FNV-actie.
FNV vraagt aandacht voor groeiende financiële problemen
De dag begon om 12.00 uur op het Anna van Buerenplein, aan de achterzijde van Den Haag Centraal. Daar verzamelden FNV-leden en andere betrokkenen zich om aandacht te vragen voor de gevolgen van armoede in Nederland.De actie vond plaats op een belangrijk moment. Op dezelfde dag stond in de Tweede Kamer het commissiedebat over armoede- en schuldenbeleid gepland. Met Wereldarmoededag op 17 oktober in aantocht wilde de FNV opnieuw duidelijk maken dat armoede een groot maatschappelijk probleem blijft.De stijgende kosten van boodschappen, energie, huisvesting en gezondheidszorg drukken zwaar op de financiële positie van huishoudens. Voor veel mensen is het steeds moeilijker geworden om alle vaste lasten te betalen. Ook werkenden, gezinnen met kinderen, ouderen en mensen met een uitkering ondervinden hiervan de gevolgen.
De FNV benadrukte dat armoede niet uitsluitend mensen zonder werk treft. Ook huishoudens waarin één of meerdere personen werken, kunnen onvoldoende inkomen hebben om alle noodzakelijke uitgaven te betalen.De vakbond pleit daarom voor structurele maatregelen, waaronder een minimumloon van € 18 per uur, een toereikend sociaal minimum, betaalbare energie en een eerlijkere verdeling van de belastingdruk.
Een tochtig huis, droog brood en een weegschaal als symbolen van armoede
Om de gevolgen van armoede zichtbaar te maken, was op het plein een symbolisch tochtig huis ingericht. In het huis stonden bedden en lagen mensen in slaapzakken. Daarmee werd aandacht gevraagd voor huishoudens die vanwege de hoge energiekosten hun verwarming niet of nauwelijks durven aanzetten. Ook werd droog brood uitgedeeld om te laten zien hoe beperkt de financiële mogelijkheden van sommige huishoudens zijn. Een grote weegschaal maakte de opeenstapeling van kosten zichtbaar. Uitgaven aan energie, zorg, boodschappen en huisvesting zorgen ervoor dat het huishoudbudget bij veel mensen steeds verder uit balans raakt. Met deze actie wilde de FNV duidelijk maken dat armoede niet alleen een kwestie is van onvoldoende inkomen, maar ook gevolgen heeft voor gezondheid, welzijn, zelfstandigheid en maatschappelijke deelname. Wie noodzakelijke zorg moet uitstellen, onvoldoende geld heeft voor gezonde voeding of in een koude woning leeft, ondervindt dagelijks de gevolgen van financiële onzekerheid.
Hans Spekman: armoede hoort niet thuis in een welvarend land
Tijdens de bijeenkomst sprak FNV-voorzitter Hans Spekman de aanwezigen toe. In zijn bijdrage benadrukte hij de historische verantwoordelijkheid van de vakbeweging om op te komen voor mensen die onvoldoende bestaanszekerheid hebben. Volgens Spekman is solidariteit vanaf het ontstaan van de vakbeweging een belangrijke drijfveer geweest. De strijd voor betere arbeidsvoorwaarden, sociale bescherming en een menswaardig bestaan is volgens hem nog altijd noodzakelijk. Hij vertelde over zijn eigen ervaringen met armoede en over situaties waarmee gezinnen tegenwoordig worden geconfronteerd. Zo sprak hij over een gezin met drie kinderen in Zoetermeer dat zijn woning dreigt te verliezen. Ook vertelde hij over een schoolgaand kind dat thuis geen toegang meer had tot leidingwater en daardoor volgens zijn relaas slootwater te drinken kreeg.
Met deze voorbeelden wilde Spekman duidelijk maken dat armoede niet uitsluitend zichtbaar wordt in landelijke statistieken. Achter de cijfers staan mensen en gezinnen die dagelijks worstelen met hun bestaanszekerheid. Hij wees erop dat ook mensen die werken en hun uiterste best doen om zelfstandig rond te komen, in ernstige financiële problemen kunnen raken.
Spekman benadrukte dat het uitblijven van structurele maatregelen tegen armoede niet los kan worden gezien van politieke keuzes. Daarbij verwees hij naar de aanbevelingen van de Commissie Sociaal Minimum, die volgens hem daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd.
Daarnaast riep hij de aanwezigen op om de vakbeweging verder te versterken. Alleen door gezamenlijk op te komen voor betere inkomens, sociale bescherming en gelijke kansen kan volgens hem blijvende maatschappelijke verandering worden bereikt.
Energiearmoede en de beperkingen van tijdelijke noodfondsen
Tijdens de bijeenkomst werd uitgebreid gesproken over de betaalbaarheid van energie.
Voor veel huishoudens vormen de energiekosten een steeds grotere financiële belasting. Mensen moeten soms kiezen tussen het verwarmen van hun woning en het betalen van andere noodzakelijke uitgaven. Tijdens de politieke bijdragen werd kritiek geuit op de afhankelijkheid van tijdelijke energienoodfondsen. Hoewel deze regelingen voor sommige huishoudens noodzakelijk zijn, bieden zij volgens de sprekers geen structurele oplossing. Mensen moeten afwachten of zij aan de voorwaarden voldoen, of een aanvraag wordt goedgekeurd en of er voldoende middelen beschikbaar zijn. Ook huishoudens met blokverwarming en mensen die hun energieverbruik sterk beperken omdat zij de kosten niet kunnen betalen, kunnen buiten bestaande regelingen vallen. De oproep was daarom om niet uitsluitend tijdelijke financiële ondersteuning te bieden, maar ook de oorzaken van energiearmoede aan te pakken. Daarbij werd nadrukkelijk gewezen op de noodzaak om huurwoningen sneller te verduurzamen. Slecht geïsoleerde woningen leiden tot hogere energierekeningen, terwijl huurders vaak afhankelijk zijn van verhuurders om verbeteringen door te voeren.
Betaalbaar wonen en toegankelijke gezondheidszorg
Naast energiearmoede stonden ook de stijgende woonlasten en de toegankelijkheid van gezondheidszorg centraal. Tijdens de bijeenkomst werd gewezen op de problemen waarmee jongeren en starters worden geconfronteerd bij het vinden van betaalbare huisvesting. Ook huurders met een laag of middeninkomen besteden een steeds groter deel van hun inkomen aan woonlasten.
De aanwezige vertegenwoordigers benadrukten dat zelfstandig kunnen wonen een belangrijke voorwaarde is voor bestaanszekerheid. Ook de toegankelijkheid van mondzorg kwam uitgebreid aan de orde. Steeds meer mensen stellen noodzakelijke tandheelkundige behandelingen uit vanwege de kosten. Dit kan leiden tot gezondheidsproblemen, pijn en verdere maatschappelijke ongelijkheid.
Vanuit de aanwezige politieke vertegenwoordigers werd uitgesproken dat noodzakelijke mondzorg onderdeel zou moeten worden van het basispakket van de zorgverzekering. De achterliggende boodschap was dat toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg niet afhankelijk mag zijn van iemands financiële positie.
Opeenstapeling van kosten raakt vooral kwetsbare huishoudens
Een ander belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomst was de opeenstapeling van financiële lasten en bezuinigingen. Daarbij werd gesproken over het eigen risico in de zorg, eigen bijdragen, de kosten van ondersteuning en mogelijke bezuinigingen op huishoudelijke hulp. De zorg werd uitgesproken dat telkens dezelfde groepen mensen door verschillende maatregelen tegelijkertijd worden geraakt. Voor ouderen en mensen met een beperking kan huishoudelijke ondersteuning noodzakelijk zijn om zelfstandig te blijven wonen. Wanneer deze ondersteuning wordt verminderd terwijl andere kosten stijgen, kan dat grote gevolgen hebben voor hun zelfstandigheid en financiële situatie. Tijdens de gesprekken werd daarom gepleit voor een beter inzicht in de gezamenlijke gevolgen van maatregelen. Niet alleen afzonderlijke bezuinigingen moeten worden beoordeeld, maar vooral het totale effect op huishoudens die met meerdere regelingen en financiële verplichtingen te maken hebben.
Werken moet voldoende opleveren om van te leven
Ook het Nederlandse toeslagenstelsel en de inkomenspositie van werkenden kwamen ter sprake.
Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat mensen die werken voldoende moeten verdienen om zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De afhankelijkheid van verschillende toeslagen maakt het inkomen voor veel huishoudens ingewikkeld en onzeker.
Hoewel al langere tijd wordt gesproken over hervorming van het toeslagenstelsel, bestaat er nog onvoldoende duidelijkheid over de concrete uitvoering. De FNV blijft daarom pleiten voor hogere lonen, een eerlijker belastingstelsel en een sociaal minimum dat voldoende is om de noodzakelijke kosten van het dagelijks leven te betalen. Tijdens een van de politieke bijdragen werd bovendien stevige kritiek geuit op de verdeling van de belastingdruk. Daarbij werden bedragen genoemd van 20 miljard euro aan vermeende fiscale voordelen voor grote vermogens en 7,8 miljard euro aan extra belastingdruk voor werkenden. Deze uitspraken maakten duidelijk dat de discussie over armoede ook nauw samenhangt met de vraag hoe de welvaart in Nederland wordt verdeeld.
Na de actie naar de Tweede Kamer
Na de bijeenkomst op het Anna van Buerenplein gingen FNV-leden en vertegenwoordigers, onder wie deelnemers vanuit FNV Rotterdam-Rijnmond, naar de Tweede Kamer. Daar woonden wij het commissiedebat over armoede- en schuldenbeleid bij. Het debat vond plaats van 14.00 tot 16.22 uur in de Suze Groenewegzaal. Onder voorzitterschap van Anouschka Biekman (D66) gingen Kamerleden van verschillende politieke partijen in gesprek met minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De discussie ging veel verder dan alleen inkomensondersteuning. Er werd gesproken over energiearmoede, noodzakelijke zorg, gemeentelijke verschillen in armoederegelingen, schulden onder jongeren, schuldhulpverlening, bewindvoering en de effectiviteit van het landelijke armoedebeleid. Voor FNV Rotterdam-Rijnmond was het belangrijk om het debat persoonlijk bij te wonen. De onderwerpen die tijdens de actie naar voren waren gebracht, werden vervolgens ook in de Tweede Kamer besproken.
FNV-actievoerders krijgen erkenning vanuit de Tweede Kamer
De aanwezigheid van FNV-actievoerders bleef tijdens het debat niet onopgemerkt.
Anouschka Biekman (D66) stond tijdens haar bijdrage stil bij het werk van maatschappelijke organisaties en vrijwilligers die zich dagelijks inzetten voor mensen met financiële problemen.
Zij verwees rechtstreeks naar de aanwezige FNV-actievoerders op de publieke tribune en bedankte hen voor hun inzet en betrokkenheid. Biekman benadrukte dat armoedebestrijding niet uitsluitend een verantwoordelijkheid van de overheid kan zijn. Maatschappelijke organisaties spelen volgens haar een belangrijke rol bij het signaleren van problemen, het ondersteunen van inwoners en het bereiken van mensen die onvoldoende gebruikmaken van bestaande regelingen.
Zij wees daarbij op het belang van vroegtijdige ondersteuning, betere samenwerking en voldoende structurele financiering. Ook Wimar Bolhuis (PRO) verwees tijdens zijn bijdrage naar de FNV-actie die hij eerder die dag had bezocht. Hij vertelde dat hij tijdens de bijeenkomst schrijnende verhalen had gehoord over mensen die noodzakelijke mondzorg niet kunnen betalen, kinderen zonder passende bril en huishoudens die hun verwarming niet durven aanzetten vanwege de energiekosten.
Daarmee kregen de zorgen die tijdens de actie naar voren waren gebracht rechtstreeks aandacht in het parlementaire debat.
Armoedecijfers: minder mensen onder de grens betekent niet automatisch minder problemen
Een belangrijk onderdeel van het debat ging over de ontwikkeling van armoede in Nederland.
Verschillende Kamerleden verwezen naar ramingen van het Centraal Planbureau. Daaruit kwam volgens de besproken cijfers naar voren dat de eerdere daling van armoede lijkt te stagneren.
Ook werd gesproken over de zogenoemde armoede-intensiteit. Deze indicator laat zien hoeveel inkomen mensen die onder de armoedegrens leven gemiddeld tekortkomen.
Tijdens het debat werd gewezen op ramingen waaruit zou blijken dat de armoede-intensiteit tussen 2025 en 2026 aanzienlijk toeneemt. Minister Vijlbrief erkende dat een dergelijke ontwikkeling zorgelijk is. Hij maakte daarbij onderscheid tussen het aantal mensen dat in armoede leeft en de ernst van de financiële tekorten waarmee deze groep wordt geconfronteerd.
Ook kwam het niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen ter sprake.
Mensen kunnen recht hebben op financiële ondersteuning, maar maken daarvan niet altijd gebruik omdat zij de regelingen niet kennen, de aanvraag te ingewikkeld vinden of niet weten waar zij terechtkunnen. Voor de FNV is het belangrijk dat armoedebeleid niet uitsluitend wordt beoordeeld op landelijke gemiddelden. De financiële werkelijkheid van huishoudens moet centraal blijven staan.
Gemeentelijke verschillen: de woonplaats bepaalt mede welke hulp beschikbaar is
Een terugkerend onderwerp tijdens het debat was de ongelijkheid tussen gemeenten.
Nederland kent verschillende gemeentelijke regelingen voor mensen met een laag inkomen. Daarbij gaat het onder meer om bijzondere bijstand, ondersteuning bij zorgkosten en voorzieningen voor kinderen. Welke ondersteuning iemand ontvangt, hangt echter sterk af van de gemeente waarin die persoon woont. Wimar Bolhuis sprak tijdens zijn bijdrage over een ingewikkeld stelsel van regelingen waarin inwoners gemakkelijk het overzicht verliezen. Hij omschreef dit als een 'armoedejungle'.
Volgens Bolhuis kunnen vergelijkbare huishoudens in verschillende gemeenten honderden euro's verschil ervaren in de beschikbare ondersteuning. Hij vroeg minister Vijlbrief daarom naar de ontwikkeling van een landelijk basisniveau voor gemeentelijke armoedevoorzieningen.
Ook stelde hij de vraag of noodzakelijke voorzieningen, zoals mondzorg en kinderbrillen, onderdeel zouden moeten worden van dat basisniveau. Daarnaast werd gepleit voor één duidelijk gemeentelijk loket waar inwoners terechtkunnen met vragen over inkomensondersteuning.
Minister kondigt verdere uitwerking aan
Minister Vijlbrief erkende dat de verschillen tussen gemeenten aandacht verdienen.
Hij gaf aan dat wordt gewerkt aan afspraken over een landelijk basisniveau van ondersteuning.
Daarbij moet worden bepaald welke voorzieningen in iedere gemeente beschikbaar zouden moeten zijn en hoeveel ruimte gemeenten behouden voor eigen beleid. De minister benadrukte dat er een evenwicht moet worden gevonden tussen landelijke uniformiteit en gemeentelijk maatwerk.
Hij zegde toe de Tweede Kamer in het eerste kwartaal van 2027 te informeren over de verdere uitwerking van het basisniveau.
Voor de FNV is vooral van belang dat een dergelijke regeling daadwerkelijk voldoende bescherming biedt en niet leidt tot versobering van bestaande voorzieningen.
Mondzorg en kinderbrillen mogen geen luxe worden
Tijdens het debat werd uitgebreid gesproken over mensen die noodzakelijke zorg of hulpmiddelen niet kunnen betalen. Bolhuis wees op situaties waarin mensen vanwege financiële problemen niet naar de tandarts gaan en kinderen geen passende bril hebben. De gevolgen hiervan kunnen groot zijn. Gebitsproblemen kunnen leiden tot pijn, gezondheidsklachten en beperkingen in het dagelijks functioneren. Kinderen die onvoldoende kunnen zien, kunnen problemen ondervinden bij het volgen van onderwijs en hun verdere ontwikkeling. Bolhuis vroeg daarom of mondzorg en kinderbrillen onderdeel kunnen worden van landelijke basisvoorzieningen. Minister Vijlbrief gaf aan dat hij het logisch vindt om deze voorzieningen bij de gesprekken over het basisniveau te betrekken. Tegelijkertijd benadrukte hij dat hiervoor financiële dekking noodzakelijk is. De minister wilde daarom nog niet toezeggen dat deze voorzieningen daadwerkelijk onderdeel worden van een landelijk pakket. De discussie maakte duidelijk dat de problematiek politiek wordt erkend, maar dat een definitieve oplossing nog niet is afgesproken. Voor de FNV blijft het uitgangspunt dat noodzakelijke gezondheidszorg toegankelijk moet zijn voor iedereen, ongeacht inkomen of woonplaats.
Verborgen energiearmoede krijgt nadrukkelijk aandacht
Een van de meest indringende onderwerpen tijdens het commissiedebat was energiearmoede.
Verschillende Kamerleden spraken over huishoudens die hun energieverbruik noodgedwongen beperken omdat zij de rekening niet kunnen betalen. Daarbij werd specifiek aandacht gevraagd voor verborgen energiearmoede. Dit betreft huishoudens die relatief weinig energie gebruiken, niet omdat hun woning goed geïsoleerd is, maar omdat zij de verwarming uitlaten om kosten te besparen.
Tijdens het debat werd verwezen naar onderzoek van TNO waaruit naar voren komt dat meer dan honderdduizend huishoudens met deze problematiek te maken hebben. Juist deze huishoudens kunnen buiten ondersteuningsregelingen vallen. Wanneer de energierekening relatief laag blijft doordat mensen nauwelijks verwarmen, voldoen zij mogelijk niet aan de voorwaarden voor een tegemoetkoming. Bolhuis vroeg de minister hoe deze groep beter bereikt kan worden. Hij stelde voor om energiecoaches en maatschappelijke organisaties hierbij te betrekken. Zij komen bij mensen thuis en kunnen signaleren wanneer huishoudens uit financiële nood onvoldoende verwarmen.
Ook werd gewezen op de belangrijke rol van vrijwilligers en lokale hulporganisaties die contact hebben met mensen die niet altijd bekend zijn bij de overheid.
Minister erkent beperkingen van het energienoodfonds
Minister Vijlbrief lichtte toe dat het energienoodfonds bedoeld is om huishoudens met een relatief hoge energielast te ondersteunen. Volgens de minister is de opzet van het fonds veranderd ten opzichte van eerdere regelingen. Waar voorheen aanvragen afhankelijk waren van het nog beschikbare budget, moet de nieuwe opzet meer zekerheid bieden aan huishoudens die aan de voorwaarden voldoen. Tijdens het debat sprak hij over tegemoetkomingen die afhankelijk van de situatie kunnen oplopen tot ongeveer € 800.Ook benadrukte hij dat het fonds toegankelijk moet zijn voor mensen die minder digitaal vaardig zijn, onder andere door schriftelijke aanvraagmogelijkheden.
Tegelijkertijd erkende hij dat verborgen energiearmoede een belangrijk knelpunt blijft.
De minister zegde toe nog in 2026 terug te komen op de vraag hoe huishoudens die hun verwarming uit financiële nood uitlaten beter bereikt kunnen worden.
Voor de FNV is dit een relevante toezegging, maar tijdelijke ondersteuning alleen is onvoldoende. De structurele oorzaken van energiearmoede moeten eveneens worden aangepakt.
Verduurzaming van huurwoningen blijft noodzakelijk
Minister Vijlbrief ging ook in op de structurele oorzaken van energiearmoede.
Hij wees erop dat veel huishoudens in slecht geïsoleerde woningen wonen en daardoor relatief hoge energiekosten hebben. Volgens de minister is verduurzaming van woningen een belangrijke manier om de energierekening op langere termijn te verlagen. Tegelijkertijd erkende hij dat dergelijke maatregelen kostbaar zijn en tijd vergen. Voor huishoudens met een laag inkomen is het vaak onmogelijk om zelfstandig grote investeringen te doen in isolatie en energiebesparende voorzieningen. Daarom blijft tijdelijke inkomensondersteuning volgens de minister voorlopig noodzakelijk. De FNV benadrukt dat huurders niet afhankelijk mogen blijven van onbetaalbare energierekeningen zolang hun woningen onvoldoende zijn geïsoleerd.
Stevige discussie over btw en energiebelasting
Ook de belasting op energie leidde tot discussie.
Edgar Mulder (PVV) stelde de vraag waarom energie en warmte, die volgens hem tot de basisbehoeften behoren, onder het algemene btw-tarief van 21 procent vallen.
Hij pleitte voor een verlaging van de btw op energie, zodat huishoudens direct meer geld zouden overhouden. Minister Vijlbrief erkende dat een btw-verlaging financieel voordeel kan opleveren, maar gaf aan dat het kabinet niet van plan is deze maatregel in te voeren. Volgens de minister zou een dergelijke verlaging aanzienlijke gevolgen hebben voor de overheidsfinanciën. Hij gaf de voorkeur aan gerichte ondersteuning van huishoudens die financiële problemen ervaren. Mulder stelde daarop voor om een btw-verlaging op energie te financieren door andere producten en diensten zwaarder te belasten. De minister betwijfelde of de voorgestelde dekking voldoende zou zijn. Uiteindelijk zegde Vijlbrief toe de staatssecretaris van Financiën te vragen schriftelijk toe te lichten waarom energie onder het btw-tarief van 21 procent valt. Ook de energiebelasting op aardgas werd besproken. Daarbij ging het onder meer over de positie van huishoudens die niet over de financiële middelen beschikken om hun woning te verduurzamen of van het gas af te halen. De discussie liet zien dat politieke partijen verschillende opvattingen hebben over de manier waarop energielasten moeten worden verlaagd.
Radjiv Chikhoer Voorzitter FNV Rotterdam Rijnmond
